|
|
 |
|
|
Girlie music
|
Donderdag 25 Juli 2002
|
 |
Tijdens de middelbare school tijd zei mijn vriend N. eens: 'als een meisje verstand heeft van muziek, dan heeft ze negen van de tien keer een vriend'. Dit als uitleg waarom het hem nog steeds niet gelukt was om een leuk meisje met verstand van muziek aan de haak te slaan. Ik dacht even na en kwam toen tot de slotsom dat ie best wel eens gelijk zou kunnen hebben. De meeste meisjes met een leuke muzieksmaak hadden inderdaad meestal een (ex-) vriend van wie ze de liefde voor en verstand van popmuziek hadden meegekregen. De meisjes die ik toen in mijn buurt had vormden daarop in ieder geval geen uitzondering. Ze draaiden muziek die ze aangereikt kregen, maar gingen er zelden naar op zoek. Ik heb in die tijd nooit staan flirten bij de platenboer (en later volgens mij ook niet, maar dat terzijde). Raar eigenlijk dat de platenzaak als puber zon beetje de enige plek was waar je jezelf kon zijn, omdat er niemand was om indruk op te maken.
Toen na de middelbare school-tijd de vriendinnetjes kwamen, voor even of voor schijnbaar altijd, was het altijd even aftasten welke muziek ze leuk vonden. Soms lieten ze zich verrassen en hadden ze op een bepaald moment hun favorieten in mijn platenkast staan. En een hele enkele keer begonnen ze na verloop van tijd zelf met plaatjes thuis te komen die ik niet kende. Dat stemde me altijd blij (en nog!). Want wat is er mooier dan in je kamer je meisje te vinden, op haar gemak, zich onbewust van je binnenkomst en luisterend naar muziek die je niet kent, waarschijnlijk nooit zou kopen, maar die direct aangenaam-vertrouwd klinkt. Muziek gemaakt voor mooie meisjes: girlie music.
De eerste girlie-plaat die ik leerde kennen was Heather Novas Oyster. Opgenomen op een teepje over, godbeter, Pearl Jam heen, dat altijd als een soort van wild vlees geworden lidteken hoorbaar bleef door de glasheldere stem van Heather heen. Eindeloos kon die teep op repeat staan zonder een moment te vervelen. Als ik bij iemand anders dan bij haar te gast was en deze plaat zou gedraaid worden, dan voelde dat oneigenlijk. De atmosfeer was dan goed, maar de setting verkeerd. Daar kon ik toen, en nu nog steeds, heel nerveus van worden.
Andere girlie-platen zijn Coldplays Parachutes en Björks debut. Platen die ontdekt, gedraaid en gekoesterd worden door meisjes en waarop zij voor mij hun beeltenis plakken. De laatste girlie-plaat die mijn leven binnen kwam was Bellys 'King'. Dit is misschien wel de girliest plaat die ik ooit heb gehoord. Prachtige mierzoete en tegelijk licht tegendraadse melodieën die net zo mooi zijn als het meisje dat ze draait en pas de ruimte zullen verlaten als zij dat doet.
Soms vraag ik me af of er ook meisjes zijn die mij met een bepaalde plaat associëren. En welke plaat dat dan wel zou zijn. Zo af en toe draai ik precies de goede cd op het juiste moment. Nick Drake of Nick Cave tijdens een zomerse onweersbui. Leonard Cohen als het sneeuwt. Bettie Serveerts's Palomine of Gorki's Boterhammen in het park als het lente wordt.
Zou het voorkomen dat ze door een straat loopt en ergens een flard opvangt van de muziek die voor haar bij mij hoort? En dat ze dan merkt dat de atmosfeer klopt, maar dat ik ontbreek? En dat heel even haar gedachten terugglijden naar vroegere tijden? Of is het typisch iets voor jongens en mannen om, zoals in mijn geval, alle girlieplaten achter elkaar de soundtrack van hun leven te laten zijn? |
 |
|
|
|
Brugge, die Scone
|
Dinsdag 23 Juli 2002
|
 |
Gedurende een lang weekend bezochten wij Brugge, de aloude stad nabij de kust in België. Lang geleden was ik hier al eens, maar nu leek het een mooie gelegenheid om oude herinneringen op te halen en nieuwe ervaringen op te doen in deze schitterende stad.
Vier dagen lang vergaapten we ons aan vele eeuwen historie vormgegeven in statige gebouwen, overweldigende kerken, idyllische steegjes en authentieke woningen. Omdat het centrum rond het stadhuis en de Belfort schrikbarend toeristisch is, verkozen wij onze wandelingen even daarbuiten, daar waar de rust heerst van een hedendaags dorp maar waar de geschiedenis van de stad weerklinkt in zowat iedere klinker in de straat.
Omdat het spreekwoordelijke bloed blijft kruipen waar het niet gaan kan, waren we toch wel benieuwd naar eventuele muzikale activiteiten. Ook op dat gebied heeft de stad immers een rijke historie; Brugge was de stad van waaruit grandmaster Wio en zijn band de Portables voor het eerst van zich lieten horen en waar (Kraak)³ voorloper Toothpick ooit als casettelabel begon. Nu was de stad ook nog eens, samen met het Spaanse Salamanca, culturele hoofdstad van 2002.
Toch gaf de zoektocht op internet van te voren me niet veel hoop, voorzover in het kader van de culturele hoofdstad al werd gesproken van muziek, dan betrof dit meestal de jazz- of klassieke variant. Daarbuiten waren er genoeg leuke initiatieven maar helaas allen in een andere periode. Zo waren we een week te vroeg voor de feesten in het nabij gelegen Gent en pas een maand later zou de Stubnitz hier aanmeren. Op deze boot, die vorig jaar nog te gast was in de Rotterdamse wateren, wordt dan gespeeld door o.a. de Portables, Toss, Ovil Bianca, Orange Black en Autopilot.
We tuurden nog wel op de posters in de stad en de flyers in de platenzaken maar het was wel duidelijk dat we voor de muziek nu waren overgeleverd aan de Top 40 op de terassen en de muzak in de bar van het hotel.
Alhoewel het onmogelijk lijkt, waren we onbewust, toch getuige geweest van een festival. Langs de reien (de grachten in Brugge - red) hoorden we namelijk wel electronische klanken maar pas later, terug op de hotelkamer, lazen we dat dit onderdeel uitmaakte van het .Wav-festival.
Aan Pierre Bastien (F), Eavesdropper (B), Philip Jeck (UK), Scanner (UK) en David Toop (UK) was gevraagd zich te laten inspireren door de stad en dat door middel van experimentele geluidsinstallaties weer te geven. Al snel werd duidelijk dat deze vooruitstrevende muziek zich prima laat mengen met de schoonheid van de afgelopen 1000 jaar. |
 |
|
|
|
Valkhof Affaire 2002
|
Zaterdag 20 Juli 2002
|
 |
Gisteren was de afsluiting van de Nijmeegse Vierdaagse. Vanuit het hele land reden extra treinen het station binnen. Het was een magistrale drukte, die zich vooral richtte op de winkelstraat en de Waalkade. Op het Valkhof is het meestal het gezelligst, maar blijft enige bewegingsvrijheid mogelijk.
Terwijl ik de stad doorkruis (in hoog tempo, ik hoop nog wat van de White Broncos mee te pikken), zie ik Vierdaagselopers strompelend de kant van het station op gaan. Raar fenomeen, dat Vierdaagselopen. Nou is de omgeving rond Nijmegen best mooi, maar om nou vier dagen lang 60 kilometer per dag te gaan wandelen…. Ze vertrekken in het donker, als er nog niets te zien is. En als het licht is, zijn ze te moe om nog genietend waar te nemen. In mijn optiek pakt ieder normaal weldenkend mens dat zich over dergelijke afstanden wil verplaatsen sowieso een fiets, auto, bus of trein. Nee, ze sporen niet. Geen van allen. Ze zijn met zovelen dat ze elkaar op de hakken lopen. En er zit geen competitief element in (en 30.000 winnaars, dat slaat ook nergens op) wat het verschil maakt tussen cultuur (elfstedentocht) en folklore (vierdaagselopen en kantklossen).
Omdat ik momenteel in Nijmegen werk, zat ik deze week iedere dag in de overvolle trein de stad uit, met de wandelaars. Daar werd me duidelijk dat je van wandelen ook al geen beter mens wordt. Woedend kijken ze je aan, als jij wel en zij niet kunnen zitten. Rare vogels. Ik heb de hele dag hard gewerkt en zij hebben een beetje gewandeld, en dan zou ik voor hen op moeten staan? Het schijnt deze dagen ook volkomen legitiem te zijn om je zweetvoeten uit je schoenen te halen. Daar is onlangs nog een gerechtelijke uitspraak over gedaan, maar ik vrees dat de wandelaars deze even hebben gemist. Ik houdt me deze dagen maar vast aan alles wat ik las in the origin of species.
Enfin, dat was allemaal vergeten. Het was vrijdagavond en met de muzikantenfamilie van der W. maakte ik de stad onveilig. De broncos miste ik net, maar kwam de Belgische frontman later nog tegen en babbelde nog wat over hun Club Lek optreden deze week. Het bleek dat ze pas een paar uur voor het optreden benaderd waren. Samen keken we naar Lo-Lite. Deze heren hebben een LP gemaakt die volgens mij 10 keer zo goed is als de laatste Blues Explosion. Met zijn tweeën braken ze de keet af.
Toen we even van het Valkhof af liepen kwamen we bij het stadsmuseum de pubers van Di-rect tegen. De ene van der W. kreeg een drankzuchtige blik in zijn ogen, terwijl de andere luid vloekend naar de band begon te roepen dat ze al lang op bed hadden moeten liggen. Toen de bakvissen zich ook nog vergrepen aan een nummer van the Who waren de rapen gaar. Verwensingen snoevend liepen we door, een laatste blik op de kinderen voor het podium werpend. Zij mochten deze avond extra laat op blijven en vonden het optreden fantastisch. En ach, als je je doelgroep tevreden stelt, dan heb je het goed gedaan, toch? (En een andere doelgroep dan 0-12 jarigen kunnen ze niet hebben, anders zouden ze hun naam toch niet in lettergrepen spellen?).
Enfin, daarna was het tijd voor echte rock and roll met the Shavers. Het hitje Halvarine, gatverdamme kwam natuurlijk voorbij, maar ook de rest kon bekoren. Een ontstellende bonk van een zanger, zwaar getatoeëerd, stond vergezeld van een gitarist-in-hardrockpose en drummer die zijn bekkens op ruim twee meter hoogte had gezet, zijn album poesiealbum er doorheen te jassen. En wij vergaten di-rect het geneuzel van even tevoren.
Toen de avond ten einde liep, dansten we op de muziek van een dj-collectief. Om de een of andere reden klommen er voortdurend mensen op het podium, waardoor de band elkaar af en toe volkomen kwijt was. Ik kom één van de Furtipsen tegen: 'dat moeten jullie ook eens doen: honderd vrouwen op het podium erbij zetten, heb ik eindelijk eens iets om naar te kijken'. Hij lacht.
Dan ben ik ineens iedereen kwijt. Ik voel langzaam een ontnuchtering op gang komen. Ik zet een lange wandeling richting station in. Haal mijn trein. Drie meisjes zingen een liedje van Kane. Hard en vals, maar niet noemenswaardig slechter dan het origineel. De jongen een bankje verder kotst zich leeg, terwijl zijn vriendin hem verliefd aan blijft kijken. Tegenover me is een man, met vierdaagsekruisje op zijn shirt gespeld, in slaap gevallen. Hij heeft een bloemenkrans van madeliefjes op zijn hoofd. De bloemen zijn verwelkt, maar zijn volkomen in harmonie met de kleur van zijn gelaat. Als hij wakker wordt, ontdekt hij dat hij er op het vorige station uit gemoeten had. Hij vloekt, zucht en trekt zijn schoenen uit. Een minuut later gilt een van de Kane meisjes: 'gatver het stinkt hier'. De jongen naast me geeft nog een keer over, terwijl zijn vriendin zijn hoofd streelt. |
 |
|
|
|
Do Make Say Think - Paradiso
|
Dinsdag 16 Juli 2002
|
 |
Een maand lang voerde de tournee de band langs verschillende europese steden, gisteravond was de afsluiting in de bovenzaal van Paradiso. Er waren geen activiteiten in de grote zaal en daar mochten we ons, volgens zeggen, gelukkig mee prijzen. Onlangs nog werden namelijk de optredens van The American Analog Set en The Halifax Pier om zeep geholpen omdat het publiek, afkomstig uit de grote zaal, naderhand de bovenzaal gebruikte om nog wat na te praten over hetgeen men zojuist gezien had.
De band, Do Make Say Think uit Toronto Canada, bestond uit maar liefst zeven personen; twee(!) drummers, een toetsenist, gitarist, bassist en twee blazers. Gaandeweg zou deze bezetting voortdurend wisselen; zo werd de bas verruild voor een saxofoon, de gitarist nam een trompet ter hand en de toestenist speelde nu weer gitaar. Daardoor was het mogelijk dat het eerste nummer nog het dreigende had zoals men dat kent van labelgenoten Godspeed You Black Emperor terwijl men met het tweede nummer zeker niet had misstaan op het North Sea Jazz festival, de dagen ervoor.
Door het gebruik van de grote hoeveelheid blaasinstrumenten (trompet, saxofoon, trombone en zelfs een tuba), de inzet van twee drummers en de technische begaafdheid van het gezelschap leek jazz zowieso het sleutelwoord, iets wat ik na het horen van hun albums in mindere mate had verwacht.
In veel opzichten moest ik denken aan de avond eerder dit jaar toen de band hier speelde als voorprogramma van Godspeed You Black Emperor. Ik was er zelf niet bij, maar bevond me op dat moment in een nieuwe club in Londen, waar gespeeld werd door Zu, Dianogah en Karate. Ook toen was het jazz-gehalte hoog: Karate was inmiddels van een rock-band verworden tot een laid-back jazz combo en opener Zu presenteerde hun free-jazz zo dat ik nu alleen al bij de gedachten aan dat concert weer bloednerveus wordt.
Nu waren de blazers niet irritant door ellenlange solos of het hoge aantal noten per minuut, de instrumenten vormden juist een aangename aanvulling op de andere instrumenten in de heerlijke, vaak langgerekte, arrangementen.
Na een eerste set, kostte het het publiek in de zaal niet veel moeite de band over te halen voor een toegift. Het werd een mooie uitvoering van Classic Noodlanding, het openingsnummer van de laatste plaat waarvan de titel is ontstaan in deze zelfde zaal. Er werd afgesloten met een nummer dat nog niet eerder live werd gespeeld. In mijn ogen (/oren) was dit wel gelijk één van de fijnste nummers die avond. |
 |
|
|
|
Laat je stem horen!
|
Dinsdag 16 Juli 2002
|
 |
Onderstaand berichtje ontving ik van Martien van Blimey! Ik vind het zelf moeilijk in te schatten in hoeverre onderstaande problematiek echt bestaat en hoezeer het een probleem van nu is etcetera. Maar Martien is door de wol geverfd en dus zal de constatering dat het moeilijk(er) is (/wordt) om aan optredens te komen zeker raak zijn. Eenieder die zich aangesproken voelt kan hem mailen op: martienvanbergen@zonnet.nl.
Beste popmuzikant,
Zit jij ook met je band in de marge, daar waar vaak de tofste muziek wordt gemaakt?
Zijn jullie ook te klein voor Mojo? Zien de betere zalen (NPI) ook vaak geen mogelijkheid (meer) om je te boeken, omdat
a) de live band-avonden steeds minder voorkomen
b) de grotere bands zelf steeds vaker een vast voorprogramma meebrengen (bepaald door hun agency)
c) de zalen steeds meer aan hun omzet denken en daardoor safer en commerciëler gaan boeken?
Zie jij ook steeds meer leuke bands hun instrumenten aan de wilgen hangen? Onderteken dan deze brief met je eigen naam en de naam van je band, en retourneer hem naar mij. martienvanbergen@zonnet.nl. Ik zorg dan dat hij op de juiste plek komt.
Want het kan geen kwaad om onze stem te laten horen. Laten we het Nationaal Popinstituut op de hoogte stellen van de problemen. Zij kunnen wellicht iets doen. Om de lijst zo groot mogelijk te maken is het van belang dat je deze brief doorstuurt naar muzikanten die hun digitale handtekening misschien ook willen zetten.
NAAM BAND
1. Martien van Bergen Blimey!
2. Geert Leenders Blimey!
3. René Cornelissen Blimey!
Groet, Martien
|
 |
|
|
|
Sampling madness Part 1
|
Vrijdag 12 Juli 2002
|
 |
We hebben het geweten dat we in ons persberichtje de zinsnede 'als je denkt dat je ook niet misstaat op onze verzamelaar, stuur dan eens wat op' opgenomen hebben. Niet alleen bereikten we via ons eigen netwerkje veel muzikanten, ook werd het op Musicfrom geplaatst en werd de strekking ervan door muzikanten zelf naar collega's doorgebrieft. Het resultaat is dat ik sinds enige weken dagelijks cd's in mijn postbus vind waar zoals te doen gebruikelijk veel kaf tussen zit, maar gelukkig ook enig koren. Ik kom momenteel niet tot echte luistersessies vanwege een gebrek aan tijd, maar we gaan over een tijdje twee momenten prikken waarop we de line-up gaan bepalen.
Eén van de uitgangspunten van de cd is trouwens om een aantal nieuwe namen te presenteren. We zouden kunnen ambiëren om met name de buitenwacht te verrassen middels een best of van 't Nederlandse Hometapen. Nou geloof ik nooit dat zoiets lukt maar dat proberen we dus ook niet. De subtitel (some of) the best of Dutch Hometaping snijdt meer hout. Ook voor de hometapers-adepten zal er veel te beleven zijn. Met de lay-out zijn we inmiddels ook bezig. Onze vormgever Dio heeft weer de nodige fraaie opzetjes gemaakt en ook daar hopen we een paar leuke gimmicks op te zetten.
Eén naam is inmiddels bekend: Microtec. En daar heeft nog geen mens ooit van gehoord, maar denk aan Low en Songs: Ohia. Naar verluid heeft deze jongen al honderden liedjes geschreven (maar nog nooit iets uitgebracht, noch rondgestuurd). Als de kwaliteit van de rest zo hoog is als de drie tracks die ik nu gehoord heb dan belooft dat nog veel goeds voor de toekomst. Het is in ieder geval lang geleden dat iets totaal nieuws me zo verrast heeft. Een naam die niet terug te vinden zal zijn op de cd (waar we wel op hoopten, overigens) is Solex. Zij heeft helaas afgezegd. Nou ja, er moet voor ons ook wat te wensen blijven, niet? |
 |
|
|
|
Wellerlo-fi 2002
|
Maandag 8 Juli 2002
|
 |
Vanwege activiteiten elders een wat verlaat verslag van een wel heel geslaagd weekend, zo'n twee weken terug in Wellerlooi, Limburg.
Club Diana had een aantal bands en enkele andere gasten uitgenodigd voor een eerste editie van het Wellerlo-fi festival (ook wel A campingflight to Wellerlowlands paradise genoemd).
Locatie was de tuin bij het huis van zanger/gitarist Marcel, de aanleiding was (mij) minder bekend. Was het een laatste repetitie van de band voor publiek voordat zij later dit jaar naar Australie zouden vertrekken (zie ook www.outbackbabes.net)? Was het om de release van hun onlangs verschenen album 'Match' te vieren? Of was het omdat men de aanwezigheid van de australische tourmanager en super-fan met een feestje wilde bezegelen? De aanleiding leek uiteindelijk niet van belang, het feit dat een ieder er een prima tijd had wel.
Gedurende de dag bereikten telkens groepjes genodigden het geheime festival. Eerst werden de tenten opgezet op de velden rond het huis (die waren omgedoopt tot camping A, B en C), later, na koffie en vlaai, zochten mensen verkoeling bij het zwembad. Er hing een super relaxte sfeer; er werd wat gekeuveld, mensen genoten van het weer en een enkeling nam een duik in het toch wel aangename water.
Later in de middag werd op het terras de barbecue onstoken en bedienden de opgetrommelde buurvrouwen (die al gekscherend de bbq-babes werden genoemd) ons van allerhande smakelijke hapjes. Aan de lange tafels tegenover het podium werd één en ander genuttigd. De mensen die later binnen kwamen of nog niet in de gelegenheid waren, zetten hun tenten op om op tijd voor de eerste band voor het podium te verschijnen.
Die eerste band was Louis, uit het nabij gelegen Boxmeer. De keuze hun te laten beginnen leek logisch maar het tijdstip (het was rond achten) was voor de jongens blijkbaar minder gelukkkig gekozen. Ze arriveerden als één van de laatsten en aanvankelijk moesten ze het zelfs stellen zonder tweede gitarist.
Ik kende de demo's van de band wel maar had ze nog nooit live gezien en was zodoende erg benieuwd naar hun verrichtingen. Aan het begin van de set viel het me een beetje tegen: het geluid was wat kaal en het viel zanger Jak niet mee om toonvast te zingen, het leek dan ook alsof de band wat onzeker (of zenuwachtig) was.

[Tom - Louis]
Na een paar nummers arriveerde Tom, de tweede gitarist. In een wat ongemakkelijk lijkende houding, zittend op zijn knieën, speelde hij gitaar. Al snel bleek dat zijn bijdrage aan de band niet gering was; het geluid werd veel voller en ook was er nu wat ruimte om te duelleren tussen de instrumenten. De nummers werden steeds beter en een half uur is dan wel weer snel voorbij. Een volgende keer hoop ik zeker wat meer van deze jongens te kunnen horen.
In de uitnodiging werd King Me aangekondigd als de heintje davidsen van de nederlandse lo-fi.
En terecht, na vele wisselingen in de bezetting werd de band in z'n geheel opgeheven om daarna toch weer in afgeslankte samenstelling door te gaan.
Nu weer stond het podium vol met een redelijk oorspronkelijke bezetting: Michael zong en speelde gitaar, vrouw Janneke op gitaar, Leo op bas, Ariël op viool en Krijn op cello. Wel was er (weer!) een nieuwe, mij onbekende, drummer. Het eerste nummer speelde hij nog gitaar aan de rand van het podium, de rest van de set speelde hij met de stokken.
Er werden nummers gespeeld uit de tijd dat King Me nog een band was alsmede nummers die Michael opnam met andere muzikanten (van o.a. Zoppo en Seesaw). Halverwege de set speelde de band een nummer (sorry, titel vergeten), dat ongeveer klonk zoals het destijds was opgenomen. Gaandeweg werd het echter steeds beter: de gitaren, viool en cello klonken steeds luider en speelden fantastisch samen om vervolgens tot een orkestraal en magistraal einde te komen. Niet alleen het publiek maar ook de bandleden zelf leken erg in hun nopjes.

[King Me]
Eerder die dag vertelde Michael al dat ze een cover van Nina Nastasia aan hun repertoire hadden toegevoegd. Toen hij later een cover aankondigde vermoedden we dan ook dat het dat nummer zou zijn. Niets bleek minder waar, na een tijdje ontdekten we dat het ging om Enola Gay van OMD. Het nummer begon rustig maar tijdens het refrein liet met name Michael zich volledig gaan: rood aanlopend schreeuwde hij in de microfoon "Enola Gaaaaaaaaaay!" Het is goed om te zien dat muzikanten zich op een podium nog volledig kunnen verlaten in de muziek. Bravo!

[Club Diana]
Club Diana speelde niet, zoals men zou verwachten als headliner van het festival, maar als derde die avond. Allereerst werd Oog, de Australische tourmanager, bedankt voor het feit dat hij o.a. naar Nederland was gekomen om de band te zien. Daarna begon de band met zijn favoriete nummer, 'The Oddrift' (van het derde album 'Costa'). Het tempo was veel lager dan op plaat, maar dat maakte het nummer er zeker niet minder om. Het was wel duidelijk dat de band op z'n thuisbasis het beste tot z'n recht komt; met een schijnbaar gemak werden zowel de oudere nummers als de nummers van hun nieuwe album Match gespeeld. String Me, oftewel Ariél en Krijn, de strijkers van King Me, speelden al mee op dat album, nu mochten ze dat ook live doen. Dit bleek een aangename toevoeging, ook al lag ook bij deze nummers het tempo weer wat lager. Na een heerlijke versie van Ahoea werd de set afgesloten met Zapwood.
Het vele touren van John Wayne Shot Me (ze speelden pas zelfs nog in Noorwegen en in Londen) heeft ervoor gezorgd dat de band steeds beter voor de dag komt. Voor mij konden ze zowieso al niet meer stuk; de band maakt heerlijke, vaak korte, liedjes waarbij zowel de samenzang van zanger/gitarist Thijs en drummer Geert als de samples van Marieke zo karakteristiek zijn voor hun geluid. Dit komt misschien wel het best tot z'n recht in een nummer als 'Official anthem for Bud', dat ook nu werd gespeeld.

[Marcel & Thijs in Hollywood]
Voor die andere kraker 'Hollywood' werd (opnieuw) Club Diana's Marcel gevraagd mee te zingen. Eerder die avond had hij met een tekstvel in de hand en de cd in de stereo al wat geoefend. Nu op het podium was het wat onwennig; hij moest solo starten maar dankzij de hulp van Thijs en later zelfs het publiek en door de enorme uitstraling van Marcel zelf werd dit toch wel één van de leukste uitvoeringen die ik ooit van het nummer hoorde.
Doordat ik de band nu al behoorlijk vaak live had zien spelen, viel op dat het repertoire dat men brengt wel redelijk beperkt is. Dat is niet zo gek natuurlijk, naast één volledig album ('Fortran Catapult' op 62 TV records), wat singles en bijdragen aan compilaties is er gewoonweg niet veel meer dat gespeeld zou kunnen worden. Een dag later verzekerde Thijs me dat er binnenkort weer nummers voor een volgend album worden opgenomen. Ik ben benieuwd!

[Damer]
Damer had de eer het reguliere programma af te sluiten. Een optreden van deze dames is altijd fijn; de liedjes zijn leuk en de meiden zijn bijzonder enthousiast. In een korte tijd is de band enorm gegroeid, zoals goed te horen is op hun laatste ep op LVR, waarvan nu vrijwel ieder nummer gespeeld werd. Gelukkig ontgaan de kwaliteiten de media ook niet; na veel positieve recensies in de bladen en op internet en airplay op radio3, waren ze vorige week zelfs nog te horen met een akoestisch optreden bij Club Lek Salon.
Over het algemeen worden de liedjes geschreven en gezongen door Esther (gitaar/zang/blokfluit) en Merit (gitaar/toetsen/zang) maar ook de rol van de andere meiden, Lizet (bas/zang) en Karin (drums/zang), mag niet over het hoofd worden gezien. Eerder al zong Lizet mee in het door haar geschreven Telegraph, nu zong ze ook een geheel nieuw nummer. Bij het zien van drumster Karin wordt iedereen vrolijk, ze heeft zo'n plezier in het spelen dat ze lijkt te dansen op haar kruk.
Dat het na dit optreden niet afgelopen was, had men in de in de uitnodiging al duidelijk aangegeven. Op een wat lager volume was er volop de gelegenheid het podium te betreden voor een ieder die daar behoefte aan had.

[Michel van der Westen aka Mitch]
Zanger Michel van der Westen, ook bekend van de band Mitch liet zich de gelegenheid niet ontgaan. Eerder die avond vulde hij al het gat tussen twee bands met o.a. een drinklied, nu bracht nog een paar bloedstollend mooie en ingetogen nummers.
Een wat uitgeklede versie van Club Diana trad nogmaals aan waarbij bassist Marius nu plaatsnam achter toetsen en de ook aanwezige Ritske van Birdskin de drums voor z'n rekening nam. Samen speelden ze wat Club Diana-nummers. Later speelden ook Merit en Esther van Damer mee.
Nog nooit eerder speelde Coca Lankreo live, maar toen ik vooraf informeerde naar een mogelijk optreden op dit festival, stonden de jongens daar wel voor open. Na het horen van de casette 'Morue Manure', een single en hun bijdrage op de 'Hometaping is illegal' verzamelaar was ik namelijk wel erg benieuwd hoe dat live zou klinken.
Het leek nu een mooie gelegenheid voor een debuut: ze waren immers al aanwezig (de band bestaat uit Geert en Thijs van John Wayne Shot Me) en voor het kleine publiek vol bekenden hoefde men niet veel te vrezen.
Op het moment zelf lag dat blijkbaar wat moeilijker, het was een lange dag vol werk, een eerder optreden met JSWM en het was even zoeken naar geschikte instrumenten. Toen dat eenmaal geregeld was, betrad men toch het podium.

[Coca Lankreo]
Terwijl John Wayne Shot Me meer de band is van Thijs, is Coca Lankreo duidelijk de band van Geert. Ditmaal zat hij dus niet achter op het podium maar stond hij als frontman achter de toetsen terwijl Thijs hem begeleide met gitaar. Ook nu waren de liedjes kort en duurde ook de set niet lang, maar het was mooi!
King Me bracht samen met Marcel hun versie van het Bonnie Prince Billy nummer I see a darkness.

[Damer deluxe]
Ook Damer betrad nog eenmaal het podium. André nam plaats achter drums, een lieftallige dame uit het publiek zong samen met Esther en Merit een cover. Direct na het optreden zweerde deze dame zoiets nooit meer te zullen doen, zo nerveus was ze. Wel jammer; ik had graag meer van haar gehoord!
Daarna was de koek echt op, de versterkers werden uitgeschakeld en mensen die al niet hun tent hadden opgezocht deden dat nu. Een klein gezelschap dronk nog wat en babbelde gezellig na.
De volgende dag bleek ieder weer vrij vroeg op, een enkeling waagde zich aan een sprong in het zwembad. Net zoals alles de dag ervoor was ook het ontbijt weer prima verzorgd: er waren verse broodjes en er was koffie. Na dat ontbijt werden de tenten weer afgebroken en de auto's volgestouwd. Tegen het begin van de middag was een ieder begonnen aan een vaak lange terugreis van een fantastisch festival. Hulde aan Diana!
Lees ook de verslagen op de site van Vido Liber en op BBQ Area, de Australische fan-page van Club Diana. Verwacht hier en op de site van Club Diana binnenkort meer foto's. |
 |
|
|
|
Whatever happenend to my lo-fi?
|
Vrijdag 5 Juli 2002
|
 |
Als je in Utrecht platen wilt kopen, heb je grofweg twee mogelijkheden. Of je gaat naar Plato, waar ze alles hebben, het stevig op de prijs is, maar waar degene die je bedient niet automatisch ook verstand van je muziek heeft. Of je gaat naar Da Capo, waar ze heel veel niet hebben, altijd wel iets verrassend in de uitverkoop staat en waar de platenboer de platen die die in zijn winkel heeft staan ook kent. Ik koos zaterdag voor het laatste. Binnen een minuut stond ik al met een juweeltje in mijn vingers. Peter Jefferies' last great challenge in a dull world. Voor 4 euro 95. Kijk, daar wordt een mens blij van.
Mijn gedachten gleden terug: het moet 1994 geweest zijn. Peter Jefferies speelde in Doornroosje tijdens het legendarische Fast Forward festival. Zelden zoiets intens gezien. Peter op zijn casio en een muisstille zaal. Ik geloof niet dat ik deze cd ooit eerder heb zien liggen, ik kende hem slechts van een obscuur kopietje dat ik ooit kreeg van een vriend. Ik heb daarna nog wel eens een cd van hem gekocht, maar die was zwaar inferieur aan deze. Ik snap wel dat geen mens deze cd ooit heeft gekocht en dat ie in de uitverkoopbak is beland. Lelijk hoesje, op het eerste gehoor voor velen onbegrijpelijk songmateriaal en een pretentieuze hoestekst.
Thuisgekomen verbaasde ik me erover dat de cd nog steeds niet gedateerd klonk, iets wat voor de meeste platen die in dezelfde tijd in dit genre (lofi) verschenen, niet gezegd kan worden. De eerste drie nummers maken direct duidelijk dat aan de rest van CD geen ontkomen aan is. Een dreinend onheilspellende casio samen met Peters nasale stem grepen me direct weer bij mijn strot. In een later nummer hoor je hem door zijn huis lopen met een microfoon. Keukenapparatuur en de douche gaan aan en uit, onderwijl mompel-zingt hij strofes als I dont want to be the victim of my own mistakes. Dit is muziek waarbij de vorm totaal ondergeschikt is aan de inhoud. Geen studio-opsmuk, maar gewoon de spinsels die een man heeft op een doordeweekse dag in zijn eigen huis.
Peter Jefferies en de lo-fi zijn nooit helemaal begrepen. Het gaat niet om de, soms slechte, geluidskwaliteit. Het gaat om het direct, rauw en kwetsbaar opnemen van gevoelens en deze koppelen aan mooie of lelijke melodieën. Met het verschijnen van het ene juweel na het andere (zie onder) kwam de term lo-fi in zwang (iets waar de muzikanten van toen fel tegen ageerden). Daarmee kwam er allengs meer kaf tussen het spreekwoordelijke koren, simpelweg doordat mensen zich lieten bedotten door de geluidskwaliteit. Het succes was in zekere zin het einde voor de lo-fi.
Van de toppers van toen zijn sindsdien nog maar weinig echte klassiekers verschenen. Het lofi gevoel bleef echter; hedendaagse hometapers hebben de filosofie van de lo-fi elite nooit verlaten, maar er wel een eigen invulling aangegeven. Door de sterk verbeterde opnameapparatuur slaat de term lo-fi ook nergens meer op. Er worden door de hometapers op dit moment de prachtigste platen gemaakt (Spinvis, Bauer, Solex, om er maar eens drie te noemen), maar het blijft erg lekker om zoals met de cd van Peter Jefferies weer eens terug te kijken op het eerste deel van de jaren 90.
Advanced listening:
Smog - Julius Ceasar
Joost Visser - Partners in hair
Tall Dwarfs - Hello cruel world
Syd Barrett - The madcat laughs
Chris Knox - Meat
Beck - Stereopathich soulmanure
Sebadoh - III
Daniel Johnston - Artisitc vice
Dump - superpowerless
Killing capitalism with kindness (sampler)
Guided by Voices - Alien lanes
Palace Brothers - There is no-one what can take ...
Mountain Goats - Alles op Shrimper
|
 |
|
|
 |
|